Skip to main content

Alles wat je moet weten over je pensioen!

Alles wat je moet weten over je pensioen!

Pensioen. Een ver-van-je-bed-show of iets waar je regelmatig over nadenkt? Als werkende ziel is het enorm belangrijk om na te denken over je inkomen voor later. Wat zijn de voor- en nadelen van een pensioenfonds? Wat moet je regelen als je werkgever geen pensioenregeling treft? Krijg je al grijze haren van dit soort vragen? Monster to the rescue! Voor deze blog stelden wij alle moeilijke vragen over pensioen aan Rick Wassenaar, financieel planner bij MijnGeldzaken.nl. Na het lezen van deze blog weet jij alles over het verzorgen van je oude dag!

 

Wat houdt een pensioenregeling via je werkgever in?

“Veel mensen hebben een pensioenregeling via hun werkgever. Dit is vaak in een CAO vastgelegd. Dat wil zeggen dat in de bedrijfstak is afgesproken dat er pensioen wordt opgebouwd en op welke manier dit gebeurt. Een pensioen is feitelijk inkomen voor na je pensioengerechtigde leeftijd, dat is op dit moment 67 jaar. Het betekent dat je een deel van de vergoeding voor jouw arbeid, het loon, niet nu krijgt, maar verplicht spaart. Het is gebruikelijk dat de werkgever hiervan een deel voor zijn rekening neemt, maar meestal betaal je er voor een deel ook zelf aan mee. Je merkt hier eigenlijk niet zoveel van, want het deel wat de werkgever betaalt gaat buiten jouw loonstrook om. Wat je zelf bijdraagt zie je wel op de loonstrook. Als je in dienst gaat krijg je informatie over de regeling: dit heet het pensioenreglement. Daarin staat hoeveel pensioen je opbouwt. Ook krijg je informatie van het pensioenfonds.”

 

Wat zijn de voordelen van een pensioenfonds?

“Het pensioenfonds belegt de premie die jij inlegt. En dat doen ze professioneel. Het grote voordeel van een pensioenfonds is dat zaken collectief geregeld worden. Door het samen (met veel anderen te doen) kun je een lagere premie verwachten dan dat je het zelf regelt. Tenzij je miljonair bent. 

Maar het allerbelangrijkste van het collectief regelen is dat je het langleven-risico goed kunt regelen. Het langleven-risico betekent eigenlijk dat je niet weet hoe oud je zult worden. Dat is lastig als je zelf hebt gespaard en met de pot met geld moet rond zien te komen. Wat is dan genoeg? Je weet misschien hoeveel je dagelijks nodig hebt om te kunnen leven, maar niet hoeveel dagen er nog zullen komen.

Sommige mensen worden heel oud en anderen niet zo. Binnen een pensioenfonds wordt het geld wat de één niet nodig heeft, gebruikt voor iemand anders die langer leeft. Aangezien je op voorhand niet weet wie het langst leeft, biedt een pensioenfonds een eerlijke en efficiënte manier om dit risico te dekken.

 

Wat zijn de nadelen van een pensioenfonds?

 

“Vooralsnog leven we in een werkelijkheid waarin de meeste regelingen verplicht zijn. Dat wil zeggen dat zowel hoe het pensioen wordt opgebouwd als bij wie, bij voorbaat vaststaat. Dus je hebt zelf geen keuze in waar en hoe je dat pensioen opbouwt. Dit geldt alleen voor het pensioen. Je mag natuurlijk altijd zelf sparen. En dit kan ook via een lijfrente, wat een soort privé pensioenpolis is. Hier vertel ik straks meer over.”

 

Mijn werkgever treft geen pensioenregeling, wat zijn mijn opties?

 

“Als er geen pensioenregeling is en je wel graag straks ook iets hebt, dan kun je dat zelf bij elkaar sparen. Het is dan wel zaak om op tijd te beginnen en substantiële bedragen opzij te zetten. Een beetje pensioenpremie is al gauw 15% á 20% van je brutoloon. Bij jongeren kan dit lager zijn.

Je kunt natuurlijk op meerdere manieren sparen. Bijvoorbeeld door een hypotheek (versneld) af te lossen. Of door te beleggen. Pas bij beleggen op dat je niet met teveel rendement rekening houdt, want je rekent je al gauw rijk. Goede jaren worden gevolgd door slechte jaren. Dus een beetje voorzichtig zijn is wel zo handig. Als je werkgever geen pensioenregeling heeft, dan is het verstandig om daar zelf structureel geld voor opzij te gaan zetten. Bijvoorbeeld door:

 

  1. Op een spaarrekening te sparen. Het is overzichtelijk. Je hebt er geen speciale kennis voor nodig. Maar het rendement is laag en boven de drempel betaal je belasting (vermogensrendementsheffing). Het grootste probleem met sparen op een spaarrekening is echter dat de meeste mensen het niet volhouden en in de verleiding komen om het geld uit te geven aan iets anders.

 

  1. Beleggen. Het rendement is mogelijk wat hoger dan de rente op een spaarrekening. Maar je hebt er wel wat kennis en ervaring voor nodig. Zo moet je niet gespannen raken als de koersen wat dalen. Verder zijn de nadelen hetzelfde als bij sparen: je betaalt vermogensrendementsheffing en de verleiding om het aan andere zaken te spenderen is best groot.

 

  1. Sparen via een lijfrente. Dit kan zowel bij een verzekeraar als bij een bank. Er is mogelijk wat belastingvoordeel want je kunt de inleg (onder voorwaarden) aftrekken van de inkomstenbelasting. Daardoor kun je het ook niet opnemen voor iets anders. Dat is fijn als je toch niet zoveel discipline hebt om ervan af te blijven. Maar heel vervelend als een opname van het geld noodzakelijk is als oplossing voor een ander acuut probleem. In een lijfrente kun je zowel sparen als beleggen dus de voor- en nadelen op dit vlak zijn hetzelfde als hiervoor al genoemd.

 

  1. Een huis kopen en de hypotheek aflossen. Hierdoor doe je structureel aan vermogensopbouw terwijl je intussen ook het woongenot hebt. Als je weinig spaardiscipline hebt, is dit eigenlijk de beste wijze. Maar het kan nooit de enige wijze zijn. Ga maar na: als je op pensioendatum geen woonlasten meer hebt, moet je in ieder geval toch ook nog eten. En misschien nog een keer op vakantie. Dus een combinatie van deze vier mogelijkheden werkt uiteindelijk het beste.

 

Zijn er nog belangrijke ontwikkelingen die we in de gaten moeten houden?

“Er is veel discussie over het pensioenstelsel. De overheid wil het aanpassen, want er wordt belasting gemist over de pensioenpremies. Werkgevers willen ervan af, want ze willen niet opdraaien voor eventuele tekorten van pensioenfondsen. Werknemers willen zekerheid over hun pensioen. En jongeren willen niet meebetalen aan de riante pensioenen van ouderen waarvan ze verwachten dat ze die zelf niet zullen krijgen. Het stelsel zal dus zeker veranderen. Dit zal worden gepresenteerd als een verbetering, maar is in de grond van de zaak een bezuinigingsmaatregel die de overheidskas spekt. En het zal een verplaatsing van risico betekenen van de werkgever (en het pensioenfonds) naar de werknemer. Het toekomstig pensioen zal minder zeker en minder hoog worden. Want er zal minder aan betaald worden. Je wordt dus in toenemende mate zelf verantwoordelijk voor jouw inkomen na je pensioen. En je zult er dus zelf nu al werk van moeten maken, ook al lijkt het soms nog heel ver weg en iets om je nu nog niet druk om te maken.”


Back to top